Jaarverslag 2010

Jaarverslag 2010

Op 15 juni jl. heeft het bestuur van bpf dranken het jaarverslag 2010 vastgesteld. Dit jaarverslag geeft een beeld van de financiële situatie van het fonds en het gevoerde beleid. In dit artikel lichten wij de belangrijkste zaken eruit.

Kerncijfers
Het aantal aangesloten werkgevers en deelnemers is belangrijk voor een fonds. Immers, hoe meer werkgevers en deelnemers des te beter het draagvlak van het pensioenfonds. In 2010 is het aantal werkgevers licht afgenomen. Het aantal actieve deelnemers steeg licht.

 

2010

2009

2008

2007

 

 

 

 

 

Aantal werkgevers

352

363

376

380

 

 

 

 

 

Aantal verzekerden

 

 

 

 

Actieve deelnemers

4274

4.006

4.109

3.855

Arbeidsongeschikten

261

282

309

331

Gewezen deelnemers (‘slapers’)

17486

17.503

17.534

17.469

Pensioentrekkenden

3285

3.168

3.056

3.009

Het aantal uitgekeerde ouderdoms- en nabestaandenpensioenen is gestegen ten opzichte van het voorgaande jaar. Dit is in lijn met de verwachtingen: er komen immers steeds meer ouderen. Tegenover het gestegen aantal uitkeringen staat een lichte daling van het aantal (volledig) arbeidsongeschikten die een beroep doen op premievrije voortzetting van de pensioenopbouw. Voor deze groep draagt het pensioenfonds de kosten, dus minder premievrije voortzettingen betekent lagere kosten ten opzichte van voorgaande jaren.

Dit jaar kreeg bpf dranken ruim € 15,7 miljoen aan premies binnen. Tegelijkertijd is ook het bedrag aan uitkeringen gestegen. In 2010 werd € 8,3 miljoen uitgekeerd tegen 7,3 miljoen een jaar eerder.

Bedragen x € 1000

2010

2009

2008

2007

 

 

 

 

 

Ingekomen premie

15722

16.186

12.097

11.279

Uitkeringen

8270

7.321

6.768

6.320

Beleggingsrendement
In 2010 werd door bpf dranken een totaal rendement behaald van 10,27%. Dat is een goed resultaat gezien de economische turbulentie. Het bestuur houdt de economische ontwikkelingen nauw in de gaten om hier goed op in te kunnen spelen.

De economische ontwikkelingen zijn nog steeds turbulent en daarom zijn er een aantal maatregelen genomen. Zo is de beleggingsportefeuille aangepast en zijn risico’s beperkt.

Dekkingsgraad
De dekkingsgraad geeft aan of een pensioenfonds aan al zijn verplichtingen kan voldoen. Indien een pensioenfonds een dekkingsgraad heeft van 100%, kan het fonds aan al zijn verplichtingen voldoen. De Nederlandsche Bank is van mening dat een fonds sowieso een buffer moet hebben van 5% De minimale dekkingsgraad van een pensioenfonds is dan ook 105%. Is de dekkingsgraad lager dan heeft het fonds een dekkingstekort.

Aan de hand van risicoprofiel van de beleggingen wordt ook een vereiste dekkingsgraad vastgesteld. Dat is de dekkingsgraad waarvan De Nederlandsche Bank vindt dat met dat risicoprofiel de dekkingsgraad tenminste moet zijn (vaak tussen de 115% en 120%). Indien de dekkingsgraad lager is, is er sprake van een reservetekort.

Eind 2010 bedroeg de dekkingsgraad van bpf dranken 104,4%. Volgens het herstelplan was dit % ook voorzien

Verantwoording en intern toezicht
Het verantwoordingsorgaan heeft op grond van het jaarverslag geoordeeld dat het bestuur in 2010 een verantwoord beleid heeft gevoerd.

Herstelplan
Omdat bpf dranken een dekkingstekort heeft is er in maart 2009 een herstelplan ingediend bij De Nederlandsche Bank. Daarin geven we aan hoe we het tekort weg gaan werken. Dat doen we o.a. door de toeslagverlening tijdelijk te beperken en het renterisico zoveel mogelijk af te dekken.

Het complete jaarverslag vindt u hier.